Addio Lugano


Misschien kwam het wel door een gesprekje dat ik vanmorgen op radio 1 hoorde. Iemand beklaagde zich dat hij de Summer of Love, de hippietijd, dat soort gedoe, niet had meegemaakt, althans niet bewust. Hij was een jaar of vijf te laat geboren. Hij was jonger dan ik en ik heb dat allemaal dus wel meegemaakt. Voorzover je in het Heerlen van die tijd überhaupt iets meemaakte dat de grenzen van die stad en van je verdovende middelen te buiten ging. Het gesprekje werd afgerond met het nummer Aquarius uit de film Hair (Forman, 1979). Dit alles natuurlijk omdat de musical Hair (1969) voor één keer (geloof ik) weer eens wordt opgevoerd in Nederland. De man van het radiogesprekje vond het vooral zo jammer dat hij die muziek en die tijd gemist had omdat beide vervuld waren van hoop, terwijl hij opgroeide in de donkere tijden van de punk. Ik herkende wel iets in zijn redenering en ik was blij dat ik een aantal jaren ouder was (en ben).

Hippies

Ik had en heb nog steeds wel een zwak voor de hippietijd. Dat had te maken met mijn leeftijd en mijn geloof in hoop en liefde. Niet voor niets waren mijn favoriete songs van de Beatles die van George Harrison: Something en Here Comes the Sun. Dromerig, hoopvol en hopeloos romantisch. In die tijd begon ik ook aan uitstapjes naar iets andersoortige muziekjes. Het begon met de folkrock van de Incredible String Band en Fairport Convention. De eerste band wist de folkrock leuk te combineren met allerlei psychedelica (o.a. Be Glad For the Song Has no Ending), wat goed combineerde met mijn rookgewoontes. Fairport Conventions beste album, Babbacombe Lee, had een ietwat politiekere inhoud. En die politiek ging ik steeds belangrijker vinden. Natuurlijk hield ik me, gedwongen door de tijd en de tijdgeest, bezig met Viëtnam, maar ook met de arbeidersbeweging. Dat laatste overigens meer vanuit de lectuur van Bertolt Brecht dan vanuit de mijnsluitingen in de Oostelijke Mijnstreek waarvan mijn vader een van de slachtoffers was. Naast Brecht kende ik bijvoorbeeld Die Schlesischen Weber van Heine, al weet ik niet meer zeker of ik het gedicht kende voordat ik de Nederlandstalige vertolking van Boudewijn de Groot (in de vertaling van Jaap van de Merwe) hoorde. Wolf Biermann kende ik een beetje, maar zijn stiefdochter Nina Hagen nog niet.

En toen kwamen er opeens mensen met Italiaanse muziek aandragen. Strijdliederen. Socialisten, communisten en anarchisten. Het werd allemaal een beetje op een hoop gegooid. La Lega (Bella Ciao), Bandiera Rossa, dat soort spul. En op een van de cassettes waarop ik deze muziek kreeg aangeleverd stond ook Addio Lugano.

En dat nummer, in de uitvoering van toen, vond ik terug op Youtube.

Onder anarchisten

De muziek is traditioneel, de tekst is van schrijver, journalist en anarchist Pietro Gori (1865 - 1911). Gori was een Siciliaan die vooral in noordelijker streken opereerde. Pisa, Milaan. Omdat hij daar iets te veel, of te opvallend naar buiten trad, moest hij, om een gevangenisstraf te voorkomen het land verlaten. Hij ging naar Lugano in Ticino (Tessin) in Zwitserland. Maar binnen een jaar hadden ze ook daar genoeg van hem en hij werd uitgezet. Over het afscheid van Lugano gaat dit lied. (Wikipedia)

Er zit een gezonde melancholie in het lied (ook al wordt die wat mij betreft deels veroorzaakt door het Italiaans en door het - na jaren - weer terugvinden van het lied). Een melancholie die vreemd lijkt voor Pietro Gori die ook een ode schrijft aan een andere anarchist, Sante Caserio, een Italiaanse bakkersleerling die in 1894 in Lyon de toenmalige Franse president Carnot met een messteek in de lever om het leven brengt.

In het Youtube-filmpje wordt een inmiddels iconisch beeld uit de film Novecento (Bertolucci, 1976) gebruikt, een foto van gezamenlijk opmarcherende landarbeiders ergens in het begin van de twintigste eeuw, hetgeen het romantische gehalte van het geheel natuurlijk nog vergroot. Niet lang voor die film had ik ook nog eens Bericht aan de rattenkoning gelezen, van Harry Mulisch, ook een ode aan het anarchisme, maar dan van het nog leukere soort, dat van Provo. De Provo-tijd zelf had ik via tv enigszins meegekregen, en al was ik toen te jong om het allemaal te snappen, ik wist wel dat het mij allemaal heel erg aanging.

Keuzes

Toen ik het lied na jaren voor het eerst weer terughoorde, sprongen de tranen in mijn ogen. Dat had natuurlijk te maken met de 'Those were the Days'-melancholie van een oudere lul die onverhoeds wordt teruggeworpen in herinneringen aan muziek, literatuur, vrienden en relaties. Het meest eigenljk in de literatuur: ik meende eindelijk iets te begrijpen van mijn warrige smaak op dat gebied. Ik smulde van Brecht, Mulisch en Grass en ik zwolg in Hesse en Tolkien, ik genoot zelfs van Die leiden des jungen Wether.

Ik begreep mijn keuzes niet, ik hoorde wel eens dat ik er duidelijker in moest zijn, Brecht of Hesse, maar dat wilde en kon ik niet. Ik wilde alles, nou ja, alles wat me beviel natuurlijk. En ik ervoer dat als een soort anarchisme, ik wilde geen grenzen, geen opgelegde grenzen. Van de politieke kant van het anarchisme wist ik eigenlijk nauwelijks iets, ik kende wat namen, maar ik maakte de (gemakkelijke) fout de Baader-Meinhof-Gruppe (RAF) te verwarren met anarchisme. Ik voelde dezelfde klammheimliche Freude die de Göttinger Mescalero besprak in zijn Buback-Nachruf. (Zie mijn blog hierover). 'Het is niet goed wat de RAF doet,' zei ik dan, maar de manier waarop de gevangengenomen leden behandeld werden, veroordeelde ik sterker. Vooral voor Ulrike Meinhof had ik een zwak, Baader leek me een gevaarlijke gek.

Allerlei mensen om me heen lazen communistische manifesten en anarchistische tractaten. Ik las alleen het Traktaat van de Steppewolf uit Der Steppenwolf (1927). Ik raakte verliefd op een personage uit een kort verhaal van dezelfde Hesse, omdat een ander personage, eveneens verliefd, zo'n prachtige zin over haar schreef: 'Vollkommenheit, man sieht dich selten aber heut'.'  En als ik uitgelezen was, zette ik een lp op, vaak was dat Live at the Fillmore East van Zappa: Bwana Dik:

Girls from all over the world

Flock to write my name on the toilet walls

Of the Whisky A-Go-Go

For I am Bwana Dik

I am Bwana Dik

Me Bwana Dik

Yo! Me Bwana Dik

Say!


Ik deed, denk ik, iets  te lang over mijn puberteit.

Tip

En dat kan ik iedereen aanraden. Iedereen tenminste die een lied vind als Addio Lugano, een lied waarin liefde en woede, mooie landschappen en politiek, verlangen en onrecht samenkomen.

Hieronder een live uitvoering van het lied door een stel antieke Italianen. Best een goede, vooral door de beelden natuurlijk, maar het haalt het toch niet bij 'mijn' versie.


Een keuze uit de genoemde muziek

Incredible String Band: Be glad for the Song has no Ending

Liederjan: die Weber/Boudewijn de Groot: De wevers van Silezië

La Lega uit: Novecento

Frank Zappa: Live at the Fillmore East